Kijk live mee

Een primeur voor Sierwatervogels.NL

In navolging op het succes van Vogelbescherming Nederland met het webcamproject Beleef de lente, geeft Sierwatervogels.NL de aankomende maanden 24 uur per dag livebeeld van de nestactiviteiten van de Rode Ibis (Eudocimus ruber).

Kijk live mee en volg de Rode Ibis!

Home Informatie Huivesting Inrichting habitat Eenden
Eenden PDF Afdrukken E-mailadres
Bron: Administrator   
dinsdag 06 februari 2007 11:38

Soorten
Wereldwijd zijn er een kleine 100 soorten eenden. Hiervan worden enkele tientallen soorten regelmatig in gevangenschap gehouden. Twee soorten zijn gedomesticeerd: wilde eend (Anas platyrhynchos) en muskuseend (Cairina moschata). De gedomesticeerde rassen van deze soorten zijn door selectie beter aangepast aan een leven in gevangenschap en stellen minder eisen aan hun leefomgeving. De niet-gedomesticeerde eenden kunnen worden ingedeeld op grond van leefgewoontes en verwantschap:

  • grondelende eenden (wilde eend; muskuseend; mandarijneend Aix galericulata; Carolinaeend, Aix sponsa; talingen enz.)
  • duikeenden (kuifeend, Aythya fuligula; rosse stekelstaart, Oxyura jamaicensis enz.)
  • zeeëenden (eidereend, Somateria mollissima; zwarte zeeëend, Melanitta nigra; ijseend, Clangula hyemalis enz.)
  • zaagbekken (Kokardezaagbek, Mergus cucullatus; nonnetje, Mergus albellus enz.)

De onderstaande tekst is bedoeld om algemene informatie te geven over het houden van eenden. Individuele soorten kunnen andere eisen stellen!

(Kleur) varieteiten
Van veel eendensoorten is er naast de (oorspronkelijke) wildkleur ook een gekweekte witte of lichtgekleurde variant. Alleen de gedomesticeerde eenden komen in veel meer kleurvarieteiten voor: wit, beige, grijs, met witte vlekken enz.

Voedsel
De meeste eenden zijn omnivoren. Er is speciaal eendenvoer in de handel, wat een goede basis is voor hun dieet. Zeeëenden en zaagbekken leven grotendeels van dierlijk voedsel. Voor deze soorten is een speciaal zeeëendenvoer in de handel. Ook voor jonge eendjes bestaan er speciale samengestelde voeders: opfokvoer. Brood en graan is minder geschikt omdat het een erg hoog zetmeelgehalte heeft. Van teveel brood en graan worden eenden vet. Om plantaardig voedsel te kunnen vermalen eten ze regelmatig kleine steentjes (grit). In hun maag vermalen ze met behulp van deze steentjes hun voedsel. Ook in gevangenschap slikken ganzen graag steentjes in. Wanneer ze langere tijd geen steentjes ter beschikking hebben gehad willen ze nog wel eens veel steentjes ineens opeten. Het is dus beter om de steentje in het begin geleidelijk aan te geven, in kleine porties. Later kan er gewoon steeds een bakje steentjes in een hoekje staan. Hieruit halen de eenden de steentjes wanneer ze die nodig hebben.

Kippenvoer bevat vaak anti-coccidiose middelen die giftig kunnen zijn voor watervogels. Geef dus nooit kippenvoer aan watervogels!

Minimum afmeting vijver
Kleine eendensoorten zoals mandarijneendjes, Carolinaeendjes en talingen kunnen al voldoende hebben aan een vijvertje van 2 x 2 m met een diepte van 35 cm. Duikeenden, zaagbekken en zeeëenden hebben een vijver van minimaal 3 x 3 meter met een diepte van minimaal 60 cm nodig. Dit geldt bijvoorbeeld voor kuifeenden en stekelstaarteenden. De gedomesticeerde rassen kunnen met het minste water toe. Voor deze rassen voldoet een vijvertje van 1,5 x 1,5 m al. De diepte is voor deze rassen minder van belang, zolang ze maar goed kunnen badderen. Een diepte van 35 cm is een goed uitgangspunt.

Inrichting vijver
Het is belangrijk dat de oevers van een watervogelvijver geleidelijk oplopen zodat de vogels makkelijk het water uit kunnen komen. Sommige liefhebbers maken rondom de vijver een rand met grind, die makkelijk schoon te houden is. Andere liefhebbers maken een brede rand van beton. Als de rand van de vijver aan de smalle kant is hebben eenden de neiging om met een natte snavel in het zand te gaan wroeten. Het gevolg is een modderrand rond de vijver en een hoop zand in de vijver.

Volière, leewieken of vrij laten vliegen?
Kleinere eendensoorten zoals mandarijneenden, Carolinaeenden en talingen kunnen heel hoed in een voliere worden gehouden. Mandarijneenden en Carolinaeenden broeden van nature in holle bomen en in een voliere gebruiken ze graag een bovenin opgehangen nestkast. Ook zitten ze graag op dikke takken hoog boven de grond. De meeste andere soorten vliegen met zo'n grote snelheid dat ze niet op tijd kunnen omkeren voor het gaas. Gevolg is dat ze in volle vaart tegen het gaas aanvliegen en zichzelf beschadigen. Deze soorten kunnen beter geleewiekt in een perk worden gehouden. Alleen de gedomesticeerde eendenrassen zijn rustig genoeg om ook vrijvliegend te kunnen worden gehouden. Andere eenden schrikken gemakkelijk ergens van en vliegen dan zo ver dat ze de weg terug niet meer vinden. Voor de meeste soorten eenden is geleewiekt houden in een perk de beste oplossing.

Minimum oppervlakte perk
Naast een vijver hebben watervogels ook een landgedeelte nodig. De oppervlakte van dit landgedeelte verschilt weer per soort. Duikeenden hebben voldoende aan een klein landgedeelte van enkele vierkante meters omdat ze het grootste deel van hun tijd op het water doorbrengen. Een paartje kleine eendjes kan al worden gehouden in een perkje van 2 x 3 m. Grotere soorten hebben wat meer ruimte nodig: 4 x 4 meter per paartje is een goed uitgangspunt.

Inrichting perk
Eenden hebben meer behoefte aan beschutting als ganzen of zwanen. Een begroeiing van lage struiken wordt erg op prijs gesteld. Hier kunnen ze zich bij onrust terugtrekken en nestplaatsen vinden. Wanneer er onderlinge agressie is kunnen ze elkaar tussen de struiken enigzinds ontwijken. Sommige soorten broenden tussen of onder dichte struiken. Deze soorten nemen vaak ook eendenkorven aan als nestplaats. Andere eendensoorten broeden van nature in een holle boom. Deze soorten broeden ook graag in een grote nestkast (model 'bosuil'). Voor geleewiekte eendjes is het nodig een plankte/trapje tegen de nestkast aan te zetten.

Omheining perk
Voor watervogels lijkt een gazen omheining op gras-stengeltjes. Gras van die dikte kunnen ze makkelijk wegdrukken om erdoorheen te lopen. Dat proberen ze ook met gaas. Wanneer gaas te grofmazig is steken ze hun kop erdoorheen en proberen dan die 'sprietjes' weg te duwen. Dit gaat ten koste van de veren op de nek, die behoorlijk kunnen beschadigen. In het ergste geval komen de vogels zelfs klem te zitten. Gaas moet dan ook altijd zo fijnmazig zijn dat de watervogels hun kop er niet doorheen kunnen steken. Het is het beste wanneer ook eventuele jongen dat niet kunnen. Verder moet het gaas geen scherpe uitsteeksels hebben. In de praktijk voldoet geplastificeerd volieregaas redelijk. Veel liefhebbers gebruiken liever helemaal geen gaas. In plaats daarvan maken ze lage muurtjes waar de watervogels niet door- of overheen kunnen kijken. Op deze manier hebben ze niet de neiging 'door de omheining te willen gaan'. Bovendien kunnen agressieve soorten vlak naast elkaar worden gehuisvest, zonder dat ze elkaar door de omheining willen aanvallen.

De hoogte van de omheining kan vrij laag blijven. 100 cm is voor eenden voldoende. Boom- of Fluiteenden daarentegen hebben een afrastering van minimaal 160 cm hoog nodig. Door hun groot vleugeloppervlak en relatief gezien laag gewicht, is deze eendensoort eenvoudigweg in staat deze hoogtes te overbruggen.

Behalve om watervogels binnen te houden, dient een omheining ook om mogelijke roofvijanden buiten te houden. Grotere ganzen en zwanen zijn weerbare vogels die meestal weinig te vrezen hebben van andere dieren. Voor kleinere eenden ligt dit anders. In de natuur zijn het schuwe vogels die steeds bereid zijn weg te vliegen. In gevangenschap is het ze onmogelijk gemaakt om weg te vliegen, waardoor ze weerloos zijn geworden. Het is de taak van de eigenaar om ze te beschermen tegen gevaren zoals bijvoorbeeld honden. Kleine eendensoorten lopen het meeste gevaar: zowel huiskatten als roofvogels loeren op ze. Het is niet ongewoon wanneer een havik zich in en standstuintje waagd om daar een eendje te vangen. Liefhebbers van kleinere eenden houden hun vogels dan ook vaak in volieres. Dit geeft ook de mogelijkheid om de vleugels van sommige soorten eendjes intact te laten, zodat ze nog wel kunnen vliegen.

Minimumaantal
De meeste eendensoorten kunnen zowel paarsgewijs als in een groepje van 3 of meer paartjes worden gehouden. Vaak mannelijke eenden agressiever tegen mannelijke soortgenoten als tegen mannetjes van andere eenden-soorten. Gemengde groepjes van meerdere eendensoorten kunnen beter harmoniëren als groepjes van één soort.

Overwinteren
's Winters kunnen eenden lang voorkomen dat het water dichtvriest doordat ze het water door hun zwem-bewegingen in beweging houden. Dit kunnen ze het beste wanneer er een heel groepje bij elkaar is. Hierbij kunnen de vogels erg geholpen worden door met een pomp het water extra in beweging te houden of door het licht te verwarmen. Wanneer de vijver toch dichtvriest, is het belangrijk om dagelijks 'badwater' aan te bieden zodat de vogels hun verenpak kunnen onderhouden.

Sommige soorten eenden zijn gevoelig voor lage temperaturen en bevriezing. In koude winters staan veel watervogel-liefhebbers voor een dilemma: de vorstgevoelige soorten in een schuurtje verwarmd onderbrengen, of buiten laten. Binnen onderbrengen is eigenlijk alleen een optie als de vogels daar steeds beschikking hebben over schoon water om te badderen. Buiten houden kan bevriezing van de poten en de dood van de vogels tot gevolg hebben. Neem alleen vorstgevoelige soorten wanneer ze ook in een binnenruimte voldoende water kunnen krijgen.